Mr.

MR. SPECIAL VOORJAAR 2026 / 27 AI tooling criminaliteit of meet je eigenlijk sociaaleconomische status of etnische afkomst?” Welke vaardigheid is voor juridische professionals wat u betreft het belangrijkst om te ontwikkelen om, nu en in de toekomst, zo goed en betrouwbaar mogelijk om te kunnen gaan met AImodellen in juridische context? “Goede vragen stellen en uitkomsten evalueren. De tussenstappen zijn al minder relevant geworden door de ontwikkelingen in AI.” Wat betekent dat in uw ogen voor het juridische onderwijs van vandaag de dag? “Dat veel op de schop moet. Ik verwacht dat het zwaartepunt van de vaardigheden gaat verschuiven naar het stellen van de juiste vragen en het evalueren van uitkomsten van AI. Voor beide onderdelen is op dit moment nauwelijks aandacht op de meeste opleidingen.” Wat is het meest hardnekkige misverstand over legal AI dat u graag uit de wereld zou helpen? “Dat AI zelflerend is. Dat kan, maar hoeft helemaal niet. En dat legal AI iets magisch is. Veel software toont allerlei teksten zoals “reading…”, “thinking…” en “drafting…”. Het is uiteindelijk gewoon maar een stukje technologie, net als de rekenmachine en de auto.” Welke recente trend of gebeurtenis op AI-gebied in juridische context heeft u verrast? “Je kunt sinds kort op een vrij intuïtieve wijze indrukwekkende dingen doen. Je schrijft bijvoorbeeld uit dat je automatisch op de hoogte wil worden gehouden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van regulering van de digitale wereld. De machine maakt vervolgens allemaal werkertjes (‘agents’) die er automatisch sub-taken van maken, en geeft je overzichten terug. Enkele weken geleden kwam daar nog bij dat je zogenaamde ‘wiki’s’ kunt maken. Zie het als een spinnenweb waarbij er bij iedere zoekopdracht meer of andere verbindingen worden gemaakt. Dit heeft enorm potentieel voor de kwaliteit van zoekresultaten.” Is er ook een ontwikkeling op het gebied van legal AI waar u zich zorgen over maakt? “Dat het vooral wordt gebruikt door degenen die al veel middelen (geld, juridische kennis) hebben en minder door de zwakkeren (met name degenen zonder toegang tot juridische kennis en bijstand). Dan vergroot je de ‘digital divide’. Mijn hoop is dat we AI vooral ook kunnen gaan gebruiken om diegenen te helpen die juridische informatie en vaardigheden het meest nodig hebben maar er niet of nauwelijks toegang toe hebben.” Als u het voor het zeggen had, welke regel of wet rondom AI-gebruik zou u dan vandaag nog invoeren? “Dat er meer en verschillende typen data worden verzameld en beschikbaar komen. Data zijn enorm belangrijk voor het trainen van AI-modellen. Ter illustratie: wetgeving en, in mindere mate, rechtspraak – minder dan 10% van de rechtspraak wordt gepubliceerd – is vrij beschikbaar, maar er is buitengewoon weinig informatie over welke vragen cliënten aan advocaten stellen, hoe advocaten reageren, naar welke informatie potentiële rechtzoekenden op zoek gaan op het internet en welke informatie hen helpt.” Is de juridische sector straks beter of slechter af dankzij AI, denkt u? “Anders. Vroeger hadden advocaten kaartenbakken. Moesten ze naar rechter Margreet in Zwolle, dan trokken ze de kaarten van rechter Margreet en bekeken ze welke argumenten succesvol waren. Een deel van de waarde van advocaten lag besloten in de kwaliteit van de kaartenbakken. Door de digitalisering is er (hoop ik) geen advocaat die nog met die kaartenbakken werkt. Maar er zijn nog steeds advocaten nodig. Waar ik wel een potentieel probleem zie, is als het straks veel eenvoudiger wordt om juridische informatie te produceren. Als dat leidt tot meer procedures, kan de rechterlijke macht worden overspoeld. Ook die zal mee moeten in de vaart der volkeren. Een doemscenario is Brazilië: als je daar een rechtszaak startte, waren zo’n 4 miljoen wachtenden voor je. Het verrast dan ook niet dat juist daar de rechterlijke macht gebruik maakt van AI.” • Gijs van Dijck (Maastricht University)

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=